Door auto-riteit op maandag, 14-05-2018 in

Niet voor de poes

Het kleinere broertje van de Jaguar F-PACE zorgt voor enige verwarring. Die heet namelijk E-PACE. Wetende dat daar ook een versie met elektromotor van is, kreeg ik gedurende de testweek vaak de vraag of dit de elektrische SUV van Jaguar was. Nee, dus. Die heet i-PACE. Om onduidelijkheid te voorkomen hier een ezelsbruggetje. In een iPhone zit een batterij, zo ook in de i-PACE.

Maar terug naar de E-PACE. Bij Jaguar zullen ze ongetwijfeld hopen dat die net zo succesvol wordt als de F-PACE, want dat is de best verkochte Jaguar ooit. Die kans is zeer wel aanwezig. Maar niet omdat de E-PACE als twee druppels water lijkt op de F-PACE, maar juist omdat hij zo verschillend is. Je zou de E-PACE niet moeten willen kopen omdat je de F-PACE niet kunt betalen, maar omdat hij je gewoon meer aanspreekt.

Nu we het toch over prijzen hebben. Er zit natuurlijk een prijsverschil tussen E- en F-PACE. De E is te koop vanaf 48.800 euro (D150 met voorwielaandrijving) en voor de F moet minimaal 57.580 euro neertellen. Erg groot is dat gat niet. Overigens is de i-PACE nog veel duurder. Die kost vanaf 80.330 euro, maar dan heb je als zakelijk rijder wel veel minder bijtelling (4 i.p.v. 22 procent).
Voor de door mij gereden E-PACE D180 2.0 AWD First Edition moet het lieve sommetje van 82.440 euro worden betaald. Die First Edition is werkelijk overladen met accessoires, dus veel opties zitten er dan ook niet op. Alleen de Santorini zwarte metallic lak kost 900 euro extra. Hierdoor komt de prijs uit op 83.340 euro. De lijst standaarduitrusting is immens lang, een kleine greep. 20-inch lichtmetalen wielen, geperforeerd Windsor leren bekleding, Meridian audiosysteem met tien luidsprekers, glazen panoramadak, head-up display, 18-voudige verstelbare en verwarmde voorstoelen, achteruitrijcamera en 10-inch kleurenaanraakscherm.

Concurrenten

Jaguar hoort in het premiumsegment thuis en het aantal concurrenten van de E-PACE is dan ook zeer overzichtelijk: Audi Q3, BMW X1, Lexus NX300h, Mercedes GLA en de nieuwe auto van het jaar 2018: de Volvo XC40.Uit eigen stal natuurlijk nog de Range Rover Evoque. Qua prijs zit de E-PACE overigens in de top.

Gedrongen

Het verschil in lengte tussen de E- en F-PACE is meer dan drie decimeter (4,40 tegen 4,75 meter), maar in de breedte is het verschil veel minder (1,98 tegen 2,07 meter) groot en dat geldt ook voor de wielbasis (2,68 tegen 2,87 meter). De E-PACE komt lekker gedrongen over en dankzij zijn iets aflopende daklijn ook heel dynamisch. De neus met de enorme grille met R-Dynamic badge geflankeerd door ‘wiebertjes’ (wie kent die nog?) vormige koplampen komt krachtig over en de fraai gewelfde bolle lijnen boven de achterwielen accentueren de brede ‘schouders’. De E-PACE is masculien en zeker niet vrouwelijk. De enorme 20-inch wielen werken daaraan mee.

Verrassend ruim

Jaguar afficheert de E-PACE als een gezinsauto en dan is het wel zo handig dat er op de achterbank voldoende ruimte is. Als de bestuurdersstoel – zoals bij mij met mijn 1,90 meter – in de achterste stand staat, is de beenruimte achterin beperkt (zie foto). De stoel twee ‘klikjes’ naar voren is al genoeg voor een betere zit. De hoofdruimte is ook voor langere mensen in orde, zelfs met het glazen panoramadak. De laadruimte is bovendien met 577 liter opvallend groot en uit te breiden tot maximaal 1.234 liter. Helaas geen vlakke laadvloer.
De met leer beklede stoelen bieden lekker veel steun en dankzij het goed verstelbare stuur, zit je perfect in de E-PACE. Daarbij is de First Edition van werkelijk alle gemakken voorzien en bevindt de afwerking en de kwaliteit van de materialen op het niveau dat je van Jaguar mag verwachten. Klasse dus.

AdBlue

De D180 is dezelfde dieselmotor die ook in de F-PACE wordt gebruikt. Het is een viercilinder turbodiesel met een inhoud van 2.0 liter van de Ingenium-familie en is in mijn geval gekoppeld aan een soepel schakelende 9-traps (1) automaat. De motor is uitgerust met een zogenaamde selectieve katalytische reductie (SCR) om hem schoner te maken en vooral minder stikstofoxide (NOx) te laten uitstoten.. Vandaar dat er ook een tankopening is om AdBlue toe te voegen. De D180 is, zoals de naam al doet vermoeden, goed voor 132 kW/180 pk en 430 Nm koppel bij 1.750 toeren. Hiermee haalt de E-PACE een top van 207 km/uur en accelereert van 0 naar 100 km/uur in 9,3 seconden. Je hoort in de verte onder de motorkap een sonoor geluid, dat nimmer tot irritatieniveau aanzwelt. De motor is heerlijk soepel en is geen echte grootverbruiker. Dat de beloofde 1 op 17,9 niet haalbaar zou zijn, is natuurlijk geen verrassing, maar 1 op 13,4 is zeker niet slecht gezien mijn rijstijl.

Gewichtig

Met bijna 1.850 kilo is mijn E-PACE een ‘gewichtig’ type, maar daar heeft hij niet al teveel last van. Hij is goed wendbaar en voelt ook niet echt zwaar aan. Het intelligente AWD-systeem (All Wheel Drive) regelt de verdeling van de aandrijfkrachten tussen de voor- en achterwielen, afhankelijk van de omstandigheden. Er is dus altijd optimaal grip. De E-PACE voelt ook zeer solide aan. Stuurt prettig, direct en met veel gevoel (ook in middenpositie) en kent dankzij de vierwielaandrijving geen onderstuur. De grote 20-inch wielen doen een kleine aanslag op het rijcomfort, maar dat is nog voldoende aanwezig. Je kunt verrassend sportief met de E-PACE rijden en overhellen in bochten is er niet bij. De remmen zijn uitstekend op hun taak berekend en de hoeveel veiligheidssystemen is vertrouwenwekkend.

Conclusie

De Jaguar E-PACE is niet voor de poes. Het is een heerlijke sportieve SUV met gezien zijn compacte afmetingen opvallend veel ruimte in het interieur dat prachtig is afgewerkt en als First Edition van alle gemakken voorzien is. Hij is weliswaar wat aan de zware kant, maar daar merk niet al teveel van. De D180 is sterk genoeg om dat gewicht in beweging te krijgen. Of de E- de F-PACE naar de kroon zal steken, is afwachten. Het zou zo maar kunnen.